Wanneer we terugkijken op hoe we leven, merken we dat de verschillende onderdelen eigenlijk nooit afzonderlijke onderdelen zijn geweest. Eten, bewegen, rust, werken, de plek waar we wonen, de tuin, de seizoenen, de stilte en de aandacht lopen voortdurend in elkaar over. Ze versterken elkaar, beïnvloeden elkaar en brengen elkaar telkens opnieuw voort.
We eten wat de plek en het seizoen ons geven. We bewegen omdat de plek om beweging vraagt: in de tuin, tussen de bomen, bij het maaien, wandelen, werken. We rusten in diezelfde plek, in de stilte, in de natuur. De beweging maakt de rust voelbaar; de rust maakt de beweging lichter. Het werk voedt ons, letterlijk en figuurlijk, en het eten geeft weer energie voor het werk.
Er zijn dus geen losse onderdelen, geen afzonderlijke vakjes met daarboven voeding, beweging, rust of welzijn. Het is één geheel. Eén manier van leven.
Misschien is dat ook het bijzondere aan wat hier gaandeweg is ontstaan: het was niet van tevoren ontworpen als een leefmodel. Het is eerder gegroeid uit het dagelijks leven zelf. Door dingen te vereenvoudigen, door dichter bij de plek en de seizoenen te leven, door aandacht te geven aan wat zich aandient, is er langzaam een samenhang ontstaan.
Achteraf kunnen we zien hoe alles met elkaar verbonden is.
En dan verschijnt ook het woord kring(lopen)leven.
Het leven beweegt in kringen. De dag komt terug, de week komt terug, de seizoenen komen terug. We zaaien, verzorgen, oogsten en beginnen opnieuw. We eten, verbruiken energie, rusten, herstellen en bewegen opnieuw. Wat vandaag wordt gedaan, werkt door in morgen. Wat gisteren is ontstaan, komt later opnieuw bij ons terug.
Maar een kring is nooit een perfecte cirkel. Alles komt terug, maar nooit helemaal hetzelfde. De boom groeit. De grond verandert. Wij veranderen. De tuin verandert.
Wat we dit jaar doen, is nooit precies hetzelfde als vorig jaar, ook al lijkt het patroon vertrouwd. Daarom is kring(lopen)leven voor ons misschien een betere beschrijving dan een levenswijze of een systeem. Het is geen methode die we moeten volgen. Het is een beweging waarin we leven.
De plek geeft iets aan ons en wij geven iets terug aan de plek. Het werk vraagt energie en geeft tegelijk energie terug. Rust maakt beweging mogelijk en beweging maakt rust voelbaar. Eten komt voort uit de aarde en wordt opnieuw onderdeel van ons lichaam. Wat overblijft, keert uiteindelijk weer terug naar de aarde.
Zo lopen de kringlopen van natuur, lichaam, werk en tijd voortdurend door elkaar heen.
Misschien is dat uiteindelijk wat we gezocht hebben, zonder het aanvankelijk zo te benoemen: niet een leven waarin alles perfect georganiseerd is, maar een leven waarin de dingen weer bij elkaar horen.
Kring(lopen)leven is dan geen bestemming. Het is de manier waarop het leven geworden is.