We willen gezond en fit blijven, maar we hebben niet de ambitie om van bewegen een tweede baan te maken.
Daarom stellen we onszelf dezelfde vraag als bij voeding en de tuin:
hoe krijgen we een groot deel van het resultaat met een beperkte hoeveelheid tijd en moeite?
Bewegen betekent voor ons niet alleen hardlopen of trainen. Het is ook fietsen, wandelen, werken in de tuin, hout verplaatsen, snoeien, tillen, graven en gewoon veel buiten zijn.
Dat sluit aan bij hoe de WHO lichamelijke activiteit bekijkt: niet alleen sport telt mee, maar ook lopen, fietsen, huishoudelijk werk en fysieke activiteiten tijdens het dagelijks leven.
We hoeven dus niet eerst naar een sportschool om actief te zijn.
Onze tuin speelt hierin de grootste rol.
Een tuin onderhouden betekent bukken, tillen, dragen, lopen, trekken, duwen, graven en steeds van houding veranderen. Maar belangrijker: het is beweging met een doel. We bewegen niet om calorieën te verbranden. We bewegen omdat er iets moet gebeuren.
Een bed moet worden voorbereid. Compost moet worden verplaatst. Groenten moeten worden geoogst. Een kruiwagen moet ergens naartoe.
De beweging is een bijproduct van het leven dat we willen leiden.
Toch willen we niet alles aan het dagelijks leven overlaten. Sommige vormen van beweging komen minder vanzelf. Daarom voegen we een paar bewuste momenten toe.
Niet veel. Wel consequent.
Dit is wat we in de praktijk proberen vast te houden:
Daarmee combineren we duurvermogen, kracht, dagelijkse beweging en veel buiten zijn.
De officiële richtlijn van de WHO (150–300 minuten matige activiteit per week, plus spierversterkende oefeningen op minstens twee dagen) is voor ons geen doel op zich, maar een handige ondergrens waartegen we ons eigen ritme leggen.
Hardlopen en wandelen geven conditie. Tuinieren geeft veel functionele beweging. Maar kracht is iets anders.
Daarom houden we de krachttraining bewust kort en eenvoudig. Geen ingewikkeld schema, maar oefeningen waarmee we de grote spiergroepen blijven gebruiken.
Het doel is niet om zo sterk mogelijk te worden. Het doel is om sterk genoeg te blijven voor het leven dat we willen leiden: een kruiwagen duwen, een boom planten, op de fiets stappen en zonder moeite van de grond opstaan – ook over tien of twintig jaar.
We willen bewegen niet losmaken van de rest van ons leven. We proberen de onderdelen juist met elkaar te verbinden.
De tuin levert voedsel én beweging. De fiets brengt ons ergens heen én geeft conditie. Een wandeling geeft beweging én tijd buiten. Krachttraining houdt ons fysiek inzetbaar voor het dagelijks werk.
Zo hoeft gezondheid niet voortdurend extra tijd te kosten.
We kijken niet naar iedere dag afzonderlijk, maar naar het ritme van de week.
Sommige dagen is er een hardlooptraining. Andere dagen een korte krachttraining. Bijna iedere ochtend is er tuinwerk. In het weekend is er ruimte voor een langere wandeling of fietstocht.
En tussendoor proberen we vooral niet te lang stil te zitten.
Misschien kunnen we het het beste zo samenvatten:
We bouwen geen sportschema rond ons leven. We bouwen een leven waarin bewegen vanzelfsprekend wordt.
De tuin is onze belangrijkste bewegingsruimte. Hardlopen en krachttraining vullen aan wat het dagelijks leven minder vanzelfsprekend oplevert.
Niet trainen om een sporter te worden. Bewegen om het leven te kunnen blijven leven.