Zes hectare klei en kalksteen, helling en bos, ergens in de Périgord.
Geen bedrijf, geen productielijn. Een huishouden dat leeft met het land en van wat het land geeft.
Wat hier groeit, wordt geoogst, gedroogd, ingemaakt, gebrouwen of weggezet. Zo ontstaat de voorraad:
langzaam, seizoen na seizoen.
De boerderij ligt op de noordhelling van een kalkrug. De grond is zwaar van de klei en rijk aan kalk.
Ze houdt water vast en geeft het langzaam weer af. De helling bepaalt waar de zon komt, waar de wind
door de bomen trekt en waar het water blijft staan.
Hier groeien kruiden, fruit en groenten. Niet ondanks de grond, maar dankzij haar. De oude bomen
geven schaduw wanneer de middag zwaar wordt. Het bos breekt de wind voordat die de tuin bereikt.
Niets daarvan hebben we bedacht. We hebben alleen geleerd ernaar te kijken.
Wat op het erf ontstaat, blijft zoveel mogelijk op het erf.
Niktos en Olympe grazen de weiden. Hun mest gaat samen met tuinresten en keukenafval naar de compost.
Die keert terug naar de grond, naar de moestuin en de boomgaard, waar groenten, kruiden en fruit
groeien.
In de boomgaard staan zeven rijen fruitbomen. Tussen de bomen groeien groenten, in een zesjarige
rotatie die met de bomen meebeweegt. Verderop ligt de kruidentuin, waar bloemen en kruiden groeien
voor infusies en voor het Atelier.
De polytunnel verlengt het seizoen. In de pépinière krijgen jonge bomen en planten de tijd om wortel
te schieten voordat ze hun plaats op het erf vinden.
Wat groeit, voedt. Wat geoogst wordt, wordt bewaard. Wat overblijft, keert terug naar de grond.
Geen rechte lijn, maar een kringloop.
N°01 Lente
De grond warmt langzaam op.
Er wordt gezaaid. De eerste kruiden verschijnen. De bijen worden wakker.
Alles begint opnieuw, maar niets is nog zeker.
Eerst zaaien. Dan wachten.
N°02 Zomer
Het licht blijft lang.
De tuin groeit, de kruiden bloeien, het fruit krijgt kleur. Wat rijp is, wordt geoogst en bewaard.
Kruiden worden gedroogd. Fruit wordt ingekookt. De eerste potten verdwijnen naar de voorraadkamer.
Het werk van vandaag wordt de voorraad van later.
N°03 Herfst
De oogst komt binnen.
Fruit wordt confituur of siroop. Graan wordt bier. De laatste kruiden worden gebonden en te drogen
gehangen.
Wat rijp is, nemen we mee.
De rest blijft waar het hoort: voor de vogels, de bodem en de winter.
N°04 Winter
Buiten wordt het stil.
Binnen rijpt wat het jaar heeft gebracht.
Bier wordt koud. Azijn rust op eikenhout. De voorraadkamer wordt donkerder naarmate de dagen korter
worden.
Er hoeft niets meer te groeien.
Het jaar wordt bewaard.
Vanaf de tuin loopt het erf langzaam over in de boomgaard. Tussen de bedden groeien kruiden,
bloemen en groenten, beschut door oude bomen. Wat hier wordt geoogst, gaat mee naar het Atelier,
waar kruiden worden gedroogd en planten hun geur aan water of azijn afgeven.
Verderop staan de fruitbomen: oude rassen, halfstammen en kleinfruit. Ze dragen op hun eigen
tempo. Wat rijpt, wordt gegeten of bewaard voor later.
Tussen de bomen en over de bloemen bewegen de bijen. Hun werk blijft grotendeels onzichtbaar,
maar zonder hen zou de boomgaard er anders uitzien. De honing die ze geven is een van de
oogsten van het land.
Aan de rand van het erf komt op sommige plekken de Périgord-klei naar boven. In een greppel
in de helling ligt ze voor het oprapen. Dezelfde grond die hier water vasthoudt en de tuin draagt,
vindt ook haar weg naar het Atelier, waar ze onderdeel wordt van L'Argile.
Iets verderop staan de jonge bomen en planten van de pépinière te wachten. Sommige zullen later
hun plaats vinden in de boomgaard, andere elders op het erf.
En dan is er de voorraadkamer: donker, koel en rustig. Hier komt veel samen. Bier en azijn krijgen
er de tijd om te rijpen; gedroogde kruiden, ingemaakt fruit en honing wachten er op hun moment.
Van de eerste scheut in de tuin tot wat maanden later in het donker wordt bewaard, is het één erf.
Niets staat er op zichzelf.
Er is geen klok die het werk dicteert, alleen de zon en het seizoen. Wat niet af is vandaag,
wordt morgen. Wat het land niet geeft, ontbreekt soms - en dat is goed.
Wat niet af is vandaag, wordt morgen. Wat het land niet geeft, wordt niet elders gezocht -
het ontbreekt, en dat is goed.
Het ritme kent geen deadline, wel een volgorde: eerst het levende, dan het bewaarde, dan
het rijpende.
Wie die volgorde volgt, hoeft het seizoen niet te forceren.
De tuin groeit wanneer ze groeit. De oogst komt wanneer hij komt. En wat eenmaal is geoogst, krijgt de tijd om een andere vorm aan te nemen.
Zo leven we met het erf: niet om het volledig te beheersen, maar om er steeds beter naar te leren kijken.
Une ferme. Un atelier. Une bibliothèque.